Schijnwerper op TWC: Viering van de Twintigste Uitgave

Schijnwerper op TWC

Deze maand zet de OTW (Organisatie voor Transformatieve Werken) Transformative Works and Cultures – TWC (Transformatieve Werken en Culturen) in het zonnetje. TWC is het internationale peer-reviewed online academische tijdschrift dat zich vooral richt op media studies en dat onlangs de 20ste uitgave heeft gepubliceerd. Vergeet niet om je bij ons te voegen op 19 september voor onze live chat.

Vandaag nemen we een duik in de geschiedenis van TWC. Paul Booth en Lucy Bennett zijn TWC auteurs, doen regelmatig peer reviews voor het tijdschrift, en zijn samen gastredacteurs geweest voor een uitgave; Paul is ook lid van het redactioneel bestuur van TWC. Amanda Odom is een auteur die twee Symposium artikelen heeft geschreven. Alle drie waren zo vriendelijk om een aantal vragen over hun ervaringen met het tijdschrift en het vakgebiedvan fan studies te beantwoorden.

De 20ste uitgave van het tijdschrift is een gigantische mijlpaal. Het is zeven jaar geleden sinds de eerste uitgave. Zijn jullie zelfs maar een beetje verbaasd dat TWC het nog steeds zo goed doet?

Paul: Ik ben helemaal niet verbaasd over het succes van Transformatieve Werken en Culturen. Vanaf de eerste uitgave heeft het wetenschap van kwaliteit en rigoreus academisch werk geleverd dat een grote bijdrage is geweest voor fan studies (en fandom in het algemeen). Ik weet dat open publicatie in de academische wereld – dat wil zeggen, publicaties uitgeven die niet worden gehinderd door betaalmuren en gedateerde vormen van verzuilde wetenschap- in veel lagen van het academische vakgebied wordt gezien als minder waardevol, maar TWC heeft op zijn minst het absolute tegendeel bewezen. Door te publiceren in een stijl die is gekopiëerd van fans zelf, door iedereen toegang te geven tot en ze te laten leren van het tijdschrift, heeft TWC fanwetenschap meer toegankelijk gemaakt voor academici en voor fans (en voor aca-fans, en fan-academici, en fan-geleerden, en geleerden-fans, of elke andere titel die van toepassing kan zijn!). Fan studies is gegroeid als gebied juist door deze open toegang – door verhelderende en gegronde artikelen te bieden aan mensen die zichzelf normaal gesproken niet beschouwen als onderdeel van de “fan studies” academische discipline, heeft TWC blootgelegd wat het betekent om een academicus te zijn en wat het betekent om academisch werk te doen in de 21ste eeuw. Transformatieve werken en Culturen heeft het gebied echt verbreed en geeft veel mensen de kans om werk te bekijken waartoe ze voorheen misschien wel nooit de kans hadden gekregen. Ze zouden op hun jubileum moeten worden geprezen voor dit belangrijke werk! Wij gedijen allemaal dankzij de TWC.

Lucy: Helemaal niet! Ik denk dat het tijdschrift een testament is aan de levendigheid van het gebied op dit moment. Ik heb het gevoel dat fan studies op een zeer opwindend moment in haar ontwikkeling is – nieuwe experts komen tevoorschijn en, vrij belangrijk, het gebied wordt meer reflecterend naar zichzelf, vindt de gaten en hiaten en probeert deze onder onze collectieve aandacht te brengen.
Het aantal conferenties van dit jaar (PCA [Popular Culture Association conferentie] SCMS [Society for Cinema and Media Studies conferentie], FSN [Fan Studies Netwerk conferentie]) en de dialoog die tussen de conferenties gaande was, laat de energie zien die zich heeft opgebouwd. Ik heb het gevoel dat TWC zich in samenhang hiermee heeft ontwikkeld, waarbij het fantastisch werk heeft geleverd, parallel aan een aantal bijtijdse en belangrijke speciale edities. Deze aanmoediging voor speciale edities in het bijzonder heeft volgens mij bijgedragen aan de energie en richting van het tijdschrift, samen met de nadruk op het beschermen van fanwerk en bronnen – een extreem belangrijke factor binnen fandom onderzoek.

Een openlijk beschikbare publicatie zijn is ook zeer belangrijk in het huidige academische klimaat, waarmee dit werk meer beschikbaar en toegankelijk is voor een bredere lezersbasis. Ik denk dat dit een extreem waardevol voordeel is van het tijdschrift.

Ik wil hier nog aan toevoegen dat ik ook denk dat het succes van TWC waanzinnig werdgeholpen door de zeer sterk aanmoedigende redactionele praktijken van Kristina en Karen. Als een schrijver, en ook als een gast editor, kan ik goed zien hoe belangrijk hun begeleiding door het hele proces is. Hun aanmoedigingen en ondersteuning aan zowel nieuwe als bestaande schrijvers is het juweel van TWC.

Dus, over het geheel genomen, ben ik absoluut niet verbaasd dat TWC het zo goed doet. Toen ik de vroege edities las had ik goede hoop voor het tijdschrift en ik ben erg enthousiast over de manier waarop het zich heeft ontwikkeld en mijn aanvankelijke verwachtingen heeft overtroffen.

Amanda: Ik zou juist verbaasd zijn als dit niet het geval was. De film, strip, en gaming industrieën (om maar een aantal te noemen) omarmen nu meer dan ooit de fanculturen. We kunnen dit zien in de soort films die de hoogste omzetcijfers hebben gehaald de afgelopen paar jaar (inclusief The Dark Knight, The Avengers, The Hunger Games, de Harry Potter serie). We kunnen hiervoor kijken naar fan-favoriete regisseurs zoals Joss Whedon en James Gunn (die zelf ooit is begonnen met het samenwerken met langlopend fandom favoriet, het Troma team) die de middelen zijn gegeven om deze veel verdienende films te maken. We kunnen het zien in de toename van “mainstream” auteurs die begonnen zijn als fanfiction schrijvers en dit soms ook nog steeds zijn. Sterker nog, verschillende niet-academische tijdschriften zijn de plaats die fanfictie heeft in de moderne media aan het overwegen (The Washington Post, Wired, en Entertainment Weekly hebben hier allemaal artikelen over gehad in het afgelopen jaar). Het feit dat Alternatief Universum (AU) scripts steeds populairder worden (Star Wars en Once Upon a Time bijvoorbeeld) is nog een voorbeeld van de viscositeit van canon teksten.

Met boeken als Grey en Twilight, de herbewerkingen van Star Trek en Star Wars, en de nieuwe prestige van cons als SDCC en NYCC, hebben de laatste paar jaar meer wijdverspreide mainstream media focus gezien op transformatieve werken en fan gemeenschappen. Heb je een gelijke stijging gezien in de hoeveelheid en variatie van ingediende papers?

Paul: Ik moet toegeven dat, hoewel fandom zelf steeds meer een mainstream identiteit begint te worden – meer mensen zien zichzelf als fans, en meer mensen zijn trots op hun fannish identiteit – ik geen stijging in de hoeveelheid en variatie van ingediende papers heb gezien. Nu is het natuurlijk zo dat ik maar een klein percentage van de papers zie – alleen die waarvan mij wordt gevraagd om ze te bekijken en degenen voor mijn speciale uitgave. Dus ik heb geen compleet beeld van alle papers die zijn ingediend. De papers en artikelen die vandaag worden gepubliceerd hebben een net zo hoge kwaliteit als die uit 2008, en vooral de standaard uitgaven geven een wijde variatie in inhoud over transformatieve werken. Wat ik vooral meer heb gezien in fanwetenschap is kritiek en her-lezing op deze mainstreaming verhaallijn. Schrijvers als Kristina Busse, Matt Hills, en Suzanne Scott compliceren deze “mainstream” identiteit en illustreren dat alleen bepaalde identiteiten mainstream worden, en alleen bepaalde types fandoms worden verheven boven de rest. Hoewel we misschien het dichotome geloof dat “sport fans normaal zijn terwijl media fans buitenstaanders zijn” achter ons hebben gelaten, denk ik toch dat er nog een lange weg te gaan is voordat media fans (en dan vooral de niet-blanke, vrouwelijke, transformatieve fans) worden gezien als gelijken van andere type fans.

Lucy: Ik denk wel dat deze bredere focus op fandom tot op zekere hoogte meer geleerden heeft aangetrokken naar fan studies in het algemeen en dus naar het tijdschrift. Het is moeilijk voor mij om dit echt te bepalen in termen van totaal aantal indieningen, maar als een lezer van TWC, en als redacteur, merk ik een breder domein van bestudeerd en uitgegeven materiaal. Ik vind de mainstream focus van de media erg opwindend in termen van ontdekken wat dit landschap betekent, zowel voor fan studies geleerden als fans. Ik denk dat TWC deze energie goed weergeeft, maar dat heeft het altijd al gedaan, al sinds de vroege uitgaves.

Amanda: De discussie punten van vorige tijdschriften blijven vandaag de dag even belangrijk en relevant als toen ze oorspronkelijk zijn geschreven. Als ik terugkijk naar de eerste uitgave zie ik bijvoorbeeld dat er een artikel was over “Deelnemende democratie en Hillary Clinton’s germarginaliseerde fandom.”

Interessant om te zien is dat het artikel “Nogmaals een koninklijke quest’: Fan games en het klassieke avontuur genre” uit 2009 nu nog relevanter is, aangezien de Kings Quest serie een nieuwe titel toevoegt en zowel Gabriel Knight en Grim Fandango jubileum remasters hebben gehad, en veel retro of kleine game bedrijven zich tot Kickstarter en andere crowdfund campagnes hebben gewend om fan en creeërder dromen werkelijkheid te laten worden.

De definitie van fandom is divers. Het tijdschrift heeft deze diversiteit altijd omarmd door muziek, sport, boeken, strips, films en games te bespreken, net als de manier waarop het geschiedenis heeft verkend, toekomstige trends heeft besproken, en fandom “in actie” heeft onderzocht door huidige conventies en groepen te verkennen. Thema’s van de deelnemende ervaring, de problemen van eigenaarschap (van lichamen, van tekst) en van de sociale gemeenschap van fandom, zijn verfijnd in de mainstream. Terwijl de fan deelname blijft evolueren, is het tijdschrift in staat om veel micro en macro elementen van dit gebied te bestuderen.

Kan je ons vertellen, vanuit het oogpunt van een redacteur, wat een bepaalde paper heeft dat niet alleen jouw aandacht grijpt, maar dat de paper ook een perfecte kandidaat maakt voor publicatie in het tijdschrift?

Paul: Voor mij persoonlijk zijn de beste papers degene die me nieuwe aspecten laten zien in fan studies. Ik denk dat de kracht van tijdschriften als Transformatieve Werken en Culturen ligt in het vooruitkijkende werk dat wordt getoond in het tijdschrift. Het duwt het gebied in nieuwe richtingen. Een publiceerbare paper moet een basis hebben in de literatuur, maar er niet zo afhankelijk van zijn dat het simpelweg herhaalt wat al eerder is gesteld. Het moet ook weerspiegelen dat de auteur zijn/haar huiswerk heeft gedaan, dat hij/zij de sleutelwerken in dat specifieke gedeelte van het gebied kent. Als een gebied zijn we net “Jenkins 1992” gepasseerd (hoewel het nog steeds belangrijk is!): er is zoveel fanstudie werk vrijgekomen in alleen al de laatste tien jaar dat het belangrijk is om de belangrijkste veranderingen in de discipline te herkennen. Natuurlijk helpt het ook dat het gebied niet zo groot is dat dit een onmogelijke taak is! Maar het belangrijkste voor mij is altijd het vinden van originele argumenten. Ik vind het heerlijk om te reviewen en op het voorfront van het gebied te blijven – weten wat er nog gemaakt zal worden geeft me een kick.

Lucy: Voor mij persoonlijk zijn er een aantal dingen waar ik enthousiast van raak bij een mogelijke TWC paper. Het kan een dappere poging zijn tot method, een sterk argument, of gewoon het verkennen van een gebied dat nog niet eerder uitgebreid aan bod is gekomen. Studies die literatuur omarmen die verder gaan dan de standaard onderwerpen, kunnen ook erg aantrekkelijk zijn. Ik heb gemerkt dat de nadruk op transformatieve praktijken bijzonder dynamische studies kan aantrekken, en diegenen die nieuwe, of voorheen amper bestudeerde, zaken behandelen, kunnen mijn aandacht al vanaf het begin grijpen.

Amanda: Elke tekst moet aangrijpend zijn omdat het een element van relevantie van een groter geheel vastlegt. Bij fan studies houd ik ervan om connecties te onderzoeken tussen een specifieke tekst en een groter genre, een genre en lezersgroep, een lezersgroep en een gemeenschap.

Kan je ons een beetje vertellen over het pre-productie editing proces? Werkt de redactionele staf nauw samen met de auteurs? Verandert een paper, over het algemeen genomen, veel tussen het moment van indiening tot de publicatie in het tijdschrift?

Paul: Ik kan alleen spreken uit mijn eigen ervaringen met het tijdschrift: de artikelen die ik heb uitgegeven en de speciale uitgave die Lucy en ik hebben samengesteld. Over het algemeen verschilt het aantal veranderingen in een artikel behoorlijk, afhankelijk van wat er is ingediend en welke veranderingen nodig waren. De inhoudswijzigingen via peer review kunnen arbeidsintensief zijn of juist nauwelijks noemenswaardig; het hangt er echt vanaf hoe goed de paper is als hij wordt ingediend. De eerste paper die ik heb ingediend bij het tijdschrift (voor uitgave 9, “Fan/Remix Video,”) was extreem verschillend van wat uiteindelijk werd gepubliceerd vanwege het uitmuntende peer review proces. Ik heb uitzonderlijk goede feedback gekregen dat het artikel heeft geholpen om sterker te worden – maar tijdens dit proces is het artikel veel veranderd! Het andere artikel dat ik heb gepubliceerd, in uitgave 18, had lang niet zoveel inhoudelijke wijzigingen nodig. (Dit is geen commentaar op de peer reviewers of de redacteurs, die altijd goed zijn; het is simpel een reflectie op verschillende artikelen die zijn geschreven op verschillende momenten in mijn carriére). Beide artikelen waren anders gepubliceerd anders dan hoe ze oorspronkelijk ingediend zijn – anders en aanzienlijk beter! Dit is een van de redenen dat ik veel plezier beleef aan het peer reviewen van artikelen: Ik merk dat mijn eigen schrijven veel voordelen heeft ondervonden van de kwaliteit peer reviews die ik heb gekregen, zowel in TWC als in de meeste andere tijdschriften waarin ik heb gepubliceerd, dus ik probeer altijd kwaliteit feedback terug te geven.

Het uitgeven van een speciale editie heeft natuurlijk zo z’n uitdagingen en leuke momenten – Lucy en ik hebben beide samengewerkt met de redacteurs om feedback te kunnen geven aan de auteurs. Ik heb de mogelijkheid gekregen om het editing proces van dichtbij te volgen, en ik was zeer onder de indruk van de kwaliteit van de kopij bewerkingen. Het kwam altijd voor dat Lucy, ik, en de schrijver van een artikel het artikel meerdere keren las, het gevoel had dat het perfect was, om vervolgens een paper terug te krijgen met veel rode aantekeningen! Het werk van kopij redacteuren blijft vaak zonder erkenning, maar het is nooit ongemerkt – anders gezegd, je merkt hun werk eigenlijk nooit juist omdat ze zo goed zijn.

Lucy: De redactionele staf bij TWC zijn er altijd met hun begeleiding en hulp, wat een extreem waardevol onderdeel van het proces is. De gast editing en publicatie ervaringen zijn voor mij altijd erg soepel verlopen, vooral doordat de redactionele staf nauw samenwerkt met de gast editors. Ja, een paper kan behoorlijk veranderen tijdens het proces, hoewel dit van paper tot paper verschilt. Het peer review proces van TWC, waarbij ik een aantal jaar betrokken ben geweest als reviewer, is altijd een constructief proces, waarbij de feedback is ontworpen om de auteur te helpen om hun paper zo sterk en robuust als mogelijk te maken.

Een ding dat schrijvers soms vergeten is dat ze niet al in de introductie een argument vormen en expliciet op de voorgrond plaatsen terwijl dit zich verderop in het artikel al uitvouwt, of een solide method sectie weglaten – een behoorlijke weglating, aangezien het tijdschrift de nadruk legt op het belang van de uitleg van methodologie, vooral als er fan bronnen betrokken zijn. De verandering die kan gebeuren voor je ogen zien voltrekken tijdens de redactie kan een fantastische ervaring zijn. Andere papers hebben misschien maar kleine verbeteringen nodig, maar ik denk dat, als ik uit eigen ervaring spreek, maar heel weinig papers niet worden verbeterd door commentaar en suggesties uit het TWC peer review proces.

Amanda: Uit mijn ervaring als redacteur en als schrijver denk ik dat dit in grote mate van een aantal factoren afhangt. Soms komen er teksten binnen die gewoon “zingen”. Ze zijn goed onderbouwd, relevant en dragen de toon van het thema van een bepaalde uitgave, en deze teksten kunnen erg leuk zijn.

Soms kan het zijn dat een onderzoeker iets op het spoor is, maar nog niet zeker is over wat duidelijk gedefinieerd moet worden of wat nog ontwikkeld of gedetailleerd uitgelegd moet worden afhankelijk van de doelgroep of het algemene doel van de tekst. (Met een tijdschrift dat zich zo breed toelegt op fandom gemeenschappen moet men voorzichtig zijn; sommige lezers kunnen bekend zijn met AU fanfiction, maar totaal niks weten over Live Action Role Playing (LARPing).) In zo’n geval kunnen emails en correspondentie over en weer vliegen, suggesties en inzichten kunnen veranderen in interpretaties, en soms komt het voor dat onderzoek en middelen worden gedeeld.

Jullie zijn alledrie (Lucy, Paul en Amanda) tijdschrift auteurs. Wat hebben fancultuur en media studies over zich dat jullie muze zo aanspreekt?

Paul: Oh, dit is zo’n lastige vraag! Als ik fancultuur en mediastudies terugbreng naar wat ik er specifiek leuk aan vind, dan is dat de pure impact van fandom op de wereld. Ik geloof dat fandom een van de meest belangrijke onderdelen van onze cultuur is, en niet alleen omdat (onderdelen hiervan) mainstream zijn geworden in de laatste paar jaren. We associeren fans met media teksten, vooral in een tijdschrift als Transformatieve Werken en Culturen, en hier is een goede reden voor. Fans zijn zichtbaar; ze cosplayen, ze schrijven fictie, ze maken video’s. 130.000 fans zijn aanwezig bij Comic-con. Miljoenen gebruiken Tumblr, Twitter of Wattpadd om elkaar te ontmoeten en te praten over hun favoriete series, films, boeken, etc.

Dit is zonder twijfel belangrijk. Mensen worden bijna 15 en een half uur per dag geconfronteerd met media, wat betekent dat we langer bezig zijn met media dan dat we dromen. Is het zo raar dat ons favoriet medium datgene is waarvan we kiezen om ons op te concentreren? Fandom is een zichtbare representatie van deze interactie, en de wijze waarop fans kritiek uiten op de media en deze proberen te verbeteren (hoe dat ook wordt gedefinieerd) is een cruciaal onderdeel van onze media levens. Fan studies, als een manier om wijs te worden van deze actie, en als een manier om dit duidelijk te maken naar anderen, zijn net zo belangrijk in het demonstreren van de impact van fans in onze cultuur.

Maar fandom gaat om meer dan alleen de media, en fans representeren een veel universeler gevoel: van positieve beïnvloeding, van gemeenschap, van toewijding, van sociale verandering. We zien fandom in religieuze rituelen, we zien fandom in kampvuur verhalen, we zien fandom verhalen in politieke toewijding. Het emotionele patroon van fandom kan worden uitgebreid naar de meest opwindende en dramatische delen van ons culturele leven. Fan studies staan ons toe om de activiteiten van fans vandaag de dag in context te zetten, een plaats te geven in de geschiedenis en te personaliseren, en dit toe te passen op elk ander aspect van ons leven.

Het beste van fans weerspiegelt het beste in ons.

(Begrijp dat ik niet de wat meer negatieve aspecten van fans expres negeer – het bestuderen van fan antagonisme helpt ons om ook onenigheid in andere gebieden van cultureel leven te zien. Maar fandom is een grotendeels positieve ervaring voor zoveel mensen, dat is wat ik zo verfrissend en inspirerend vind).

Lucy: Ik zou zeggen dat de passie en kracht die van binnen kan worden gevonden de elementen uit fan cultuur zijn die mij het meest fascineren – twee gebieden die vaak in elkaar overlopen waar het gaat om fan object en invloed. Ik haal heel veel plezier uit het proberen om een fan cultuur uit te pluizen om zo de belangrijkste onderdelen van de cultuur te ontdekken, en de concepten die zowel plezier als conflicten kunnen veroorzaken. Er is zoveel dat kan worden ontdekt binnen fan studies – ik vind dit zeer inspirerend.

Amanda: Ik ben zelf een fan. Ik houd van Batman, Sandman, Silent Hill, Alien… Ik vind het geweldig om teksten te lezen/bekijken van mijn favoriete series, en ik prijs mezelf gelukkig om een baan te hebben die me toestaat om dit verder te ontwikkelen. Ik houd ervan om te lezen over hoe mensen reageren op en in fan gemeenschappen. Ik houd ervan om te zien wat artiesten bedenken om canon uit te breiden, te herdefiniëren, of af te breken. Door het ontdekken van tekst als transformatie krijg je het gevoel dat je uit de bron tapt, zelfs wanneer een tekst meer dan vijfhonderd jaar oud is.

Waar zie je het tijdschrift over nog eens 20 edities? Waar zie je transformatieve werken over zeven jaar?

Paul: Dat is koffiedik kijken. Dat gezegd hebbende hoop ik dat TWC nog steeds sterk staat en nog steeds innovatief werk publiceert. Ik zou het fantastisch vinden om er nog steeds bij betrokken te zijn – iets dat ik niet snel zie veranderen! En ik denk dat transformatieve werken over zeven jaar nog steeds net zo cool, innovatief en verfrissend zullen zijn als ze nu zijn. Ik verwacht dat er een nieuw groot social media platform zal zijn om ze te delen (Tumblr, je dagen zijn geteld) maar ze zijn nog steeds geweldig. Hoe meer dingen veranderen, hoe meer ze hetzelfde blijven.

Lucy: Ik zie TWC dan nog steeds fier en sterk staan – misschien zelfs met meer uitgaven per jaar, als dat mogelijk zou zijn! In zeven jaar kunnen transformatieve werken gigantisch uitgebreid zijn met de veranderingen in technologie (en de manier waarop gereageerd wordt op deze tools) en misschien ook door de verdere integraties met fandom objecten zelf. Orlando Jones (die ik in 2014 heb geïnterviewed met Bertha Chin voor een artikel in TWC editie 17) is een aantrekkelijk voorbeeld van hoe een individu met een fandom een rijkelijke (en soms controversiële) interactie kan hebben met de online netwerken en gemeenschappen.

Amanda: De academische fan (acafan) is zeker geen nieuw fenomeen; onderzoekers hebben de neiging om te onderzoeken wat zij beschouwen als relevant en interessant zoals het zich verhoudt tot hun gebieden van studie.

Organisaties zoals de Fan Studies Network hebben nieuwe op onderzoek gerichte gemeenschappen en publicaties geïntroduceerd die lijken op het Journal of Fandom Studies, dus er is een uitbreiding van de discussie, terwijl instituten zoals de University of Iowa ook helpen met het behouden van fanzine geschiedenis door het oprichten van archieven van fan publicaties voor toekomstige onderzoekers en fans.

Als onderdeel van het spectrum van fan studie zal het tijdschrift een plaats blijven houden in de discussie, vooral omdat, zoals ik al zei, het viscositeit en diversiteit toelaat in de onderzoeken.

Op de vraag over waar transformatieve werken als onderzoeksgebied of onderwerp van publieke interesse zullen zijn, dat is een erg breed begrip. Klassiekers, karakters, tropes, etc. zullen altijd worden bijgeschaafd en herzien; ik kijk ernaar uit om te zien wat het volgende nieuwe ding zal zijn en wat (weer) populair zal worden.

En als laatste, op welk moment ben je het meest trots sinds je bij de TWC betrokken bent?

Paul: Ik ben ongelooflijk trots op al het werk dat ik doe met TWC. Ik denk dat de speciale editie over Fandom and Performance, waarvan Lucy en ik de redactie hebben gedaan, een waanzinnige ervaring was, en ik heb er zoveel van geleerd. Maar ik denk dat ik het meest trots was toen ik mijn eerste artikel in TWC had. Ik ben er nu niet al te blij mee (Ik heb niet het idee dat het een van de beste dingen is die ik ooit heb gemaakt) en ik ben trotser op andere dingen die ik sindsdien gedaan heb – maar op dat moment was het publiceren in TWC een grote prestatie voor mij; het was een van mijn academische doelen. Dus hoewel ik denk dat ik de kwaliteit van dat artikel voorbij gestreefd ben in mijn meer recente werk, blijft het toch een van mijn meest trotse momenten om geaccepteerd te worden voor Transformatieve Werken en Culturen.

Lucy: Er zijn twee momenten die er voor mij echt uit springen.

Ten eerste het moment waarop mijn artikel bij hun werd geprint! Het was de eerste keer dat ik ooit iets bij een tijdschrift had ingediend, en het was een artikel gebaseerd op een hoofdstuk uit mijn doctoraats thesis dat was gefocust op R.E.M. fandom. Het artikel had twee rondes van peer review nodig, en ik heb zo veel geleerd tijdens die periode. Ik gaf het op een bepaald moment bijna op, maar Kristina en Karen moedigden me aan. En ik deed het, en heb nooit weer terug gekeken. Dit proces was onbetaalbaar waardevol voor mij en mijn toekomstige werk. Om het artikel uiteindelijk gepubliceerd te zijn was een erg trots moment en het gaf me een boodschap die ik aanbeveel aan anderen: Ga door en geef niet op!

Ten tweede, de speciale editie op prestatie en performativiteit in fandom (Editie 18, 2015) die ik samen met Paul heb geredacteerd, was een zeer trots moment. De oorspronkelijke editors stapten uit het project en wij kwamen pas in een laat stadium erbij. We kregen het voor elkaar om een fantastische groep schrijvers en onderwerpen bij elkaar te krijgen in een korte tijd. Toen ik een stapje terug deed en de uiteindelijke versie van de editie bekeek was ik zo blij met de breedte en kwaliteit van het werk. Het is altijd zo’n voorrecht en plezier om samen te werken met Paul, dus het hele proces was erg plezierig. Kristina en Karen zijn ook ongelooflijk steunend en behulpzaam en ik ben extreem trots op de auteurs in die speciale editie. Ik hoop voor veel meer kansen om met TWC te werken en ik kijk uit naar nog minstens 20 uitgaves!

Amanda: Toen ik werd gevraagd om een artikel voor het tijdschrift te peer editen, was ik persoonlijk trots om me bij de rol van reviewer te voegen. Maar, wetend dat Transformatieve Werken en Culturen haar 20ste uitgave jubileum viert, denk ik dat dát de grootste reden voor trots is.

Deze nieuws post was vertaald door de vertalingsvrijwilligers van de OTW. Om meer te leren over ons werk, bezoekde Vertalingspagina op transformativeworks.org.