Fan privacy en TWC’s redactionele filosofie

Wij zijn de redacteuren van Transformative Works and Cultures – TWC (Transformatieve Werken en Culturen), en we willen graag in meer detail uitleggen welk beleid TWC hanteert als het gaat om citeren uit fanwerken, en de rol die TWC volgens ons speelt in fandom in het algemeen. Zowel als academici als fans zijn we dol op fandom en willen we fandom beschermen. We weten dat veel fans zich zorgen te maken over onderzoekers die verwijzen naar hun transformatieve kunstwerken, zoals fanfic, fan art, of fanvids, zonder dit te vragen, dus we willen dat je weet dat TWC onderzoekers aanspoort fans om toestemming te vragen citeren uit hun werk.

Wij willen dit vooraf duidelijk stellen, maar we gaan hieronder nader in op details van beide zijden. Wij gaan in op onze beweegredenen en op enkele van de problemen die in de discussies naar voren zijn gekomen.

Aan ons standpunt liggen een aantal centrale ideeën ten grondslag.

  • Fandom wordt steeds meer mainstream en dit valt niet te voorkomen.
  • Als fans willen we deze mainstreaming, en eventuele berichten die over ons de ronde doen, controleren en waar mogelijk sturen.
  • Academisch werk op het gebied van fandom kan een deel uitmaken van de uitleg over, en het in een context plaatsen van, fandom. Dat is zelfs waarom het tijdschrift is opgericht.
  • Wij denken dat fans betere academische stukken over fandom kunnen schrijven dan niet-fans.

We realiseren ons dat geen van de verklaringen hieronder iemand zal overtuigen die het op een fundamenteel ideologisch niveau met ons oneens is over de wijze waarop wij, als fans, moeten praten over fandom (omdat ze liever hebben dat we helemaal niet over fandom praten). Maar we hopen dat we in staat zijn om misverstanden uit de weg te ruimen, en de juiste informatie te geven over het citatenbeleid van TWC en waarom we dit hebben opgesteld. Het doel dat TWC met dit beleid wil bereiken, is de middenweg te vinden tussen wat in de academische wereld en in fandom gebruikelijk is.

We willen ook benadrukken dat TWC uniek is in ons verzoek dat wetenschappers fans om toestemming vragen. Voor zover wij weten, vraagt geen ander academische tijdschrift dit van onderzoekers, want het is geen gangbare praktijk in de academische setting. In de academische wereld wordt in het openbaar geplaatst materiaal beschouwd als gepubliceerd, en het kan dus vrijelijk worden aangehaald. Het komt gewoon bij de meeste wetenschappers niet op om toestemming te vragen, laat staan dat het op zijn best als onbeleefd wordt beschouwd om het niet te doen, en in het ergste geval als verraad.

TWC’s band met AO3 en OTW

Sommige mensen denken dat fictie gepubliceerd in Ons Eigen Archief (AO3) meer kans maakt om te worden vermeld in het tijdschrift, omdat TWC en AO3 allebei projecten zijn van de Organisatie voor Transformatieve Werken (OTW). Dit is niet waar; AO3 is gebouwd met diverse privacyniveaus, juist met het doel fans meer controle te geven over hun eigen zichtbaarheid. Bovendien, hoewel AO3 en TWC allebei onderdeel zijn van de Organisatie voor Transformatieve Werken (OTW), zijn zij op geen enkele wijze met elkaar verbonden.

Bij scripties die vooral over fanfictie gaan, is de wetenschapper meestal zelf een lid van een fangemeenschap, en wil schrijven over een aspect daarvan. Het is zelden een willekeurige buitenstaander. Dus de wetenschapper haalt de voorbeelden uit een eigen fandom en zal citeren uit de blogs of het archief waar deze voorbeelden worden gevonden, of die zijn opgegeven door de fan die het werk maakte. (En niet al deze acafans weten dat het in sommige kringen in fandom beleefd is te vragen alvorens te citeren uit fanwerk.) Het kan gaan om fictie die is gearchiveerd in AO3, maar misschien ook niet.

TWC en de academische wereld

TWC’s belangrijkste standpunt als wetenschappelijk tijdschrift is dat door fans gemaakte fangemeenschappen en transformatieve kunstwerken waardige studieobjecten zijn, omdat ze een belangrijke culturele uiting vormen. Een veel voorkomende manier waarop wetenschappers fans en fangemeenschappen bestuderen is via interviews, die door de universiteiten worden gemonitord (voor zover het gaat om hun eigen medewerkers) omdat het hier gaat over mensen. Wanneer sprake is van mensen (ook bekend als “menselijke proefpersonen”), geldt er een hele reeks van wetenschappelijke praktijkregels die moeten worden gevolgd om het onderzoek ethisch en van waarde te laten zijn. Anders is het onderzoek is niet publiceerbaar. Academische onderzoekers zijn dus gehouden aan strengere regels dan journalisten. Journalisten kunnen gewoon mensen interviewen. Wetenschappers kunnen dat niet. Deze regels houden onder meer in dat er geen gebruik wordt gemaakt van minderjarige informanten, en dat een aantal ethische richtlijnen, bedoeld ter bescherming van de bron, worden gehanteerd. TWC moet zich conformeren aan de huidige praktijk als we willen dat de artikelen die we publiceren worden beschouwd als onderdeel van de grotere wetenschappelijke discussie. Ga voor meer info naar: Association of Internet Research’s Guide on Ethical Online Research.

Een andere veel voorkomende manier waarop wetenschappers fans en fangemeenschappen bestuderen is via hun creaties – dat wil zeggen, tekst (of afbeeldingen of vids of wat dan ook). Op dit moment gaat dit meestal over online teksten. De algemene reactie in academische studies van literatuur en media en filmstudies (en dat is waar de meeste door academici genoemde fic uit voort zal komen) is dat de teksten onafhankelijk van hun auteurs worden beschouwd. Wij vragen Anne Rice niet om toestemming om haar boeken te analyseren, we vragen Tarantino niet om een recensie van zijn nieuwste film te mogen schrijven. Het is niet nodig de auteurs, die in veel gevallen niet beschikbaar zijn, of misschien zelfs niet meer leven, te vragen. Michele White, een van de leden van de Association of Internet Research, stelt in Representations or People dat reeds bestaand materiaal dat online gepubliceerd is moet worden beschouwd als tekst en daarom niet onderwerpelijk is aan de ethische richtlijnen bedoeld voor onderzoek van mensen als subject. Een dergelijke aanpak zal door een wetenschapper die fandom van buitenaf bestudeerd worden gevolgd – iemand die niet bekend is met, of zich simpelweg niet zich bezig houdt met, de normen van de gemeenschap.

Wij (Karen en Kristina, maar ook de hele staf van TWC, en OTW die ons steunt) beschouwen onszelf daarentegen in de eerste plaats als fans. Wij geloven niet dat we academische indringers zijn die denken dat het een goed idee is bij te dragen aan het Lord of the Rings-debat door die gekke vrouwen die Hobbits ‘slashen’ te bestuderen. We zijn fans, we maken fanwerken, en we nemen deel aan de gemeenschap – een gemeenschap die kunst maakt die het waard is bestudeerd te worden. We hebben liever dat fandom en haar werken bestudeerd worden door mensen die de nuances van fandom kennen – die weten dat fandom altijd complexer en ingewikkelder is dan we denken of zien – en niet door een willekeurige buitenstaander. We zijn zeer, zeer voorzichtig als het gaat om de privacy en veiligheid van fans en hebben veel aandacht besteed aan ethische overwegingen. Karen, bijvoorbeeld, heeft als gast geblogd over onderzoeksethiek en Kristina heeft geschreven over een veelvoorkomende situatie: waarin een tekst publiekelijk toegankelijk is (zoals in een open LiveJournal post), maar dit voor de schrijver niet zo voelt.

TWC’s beleid inzake toestemming en bescherming van fanbronnen

Dit brengt ons bij het feitelijke beleid van TWC, dat je kunt lezen op onze website: http://journal.transformativeworks.org/index.php/twc/about/submissions#authorGuidelines

TWC probeert fans te beschermen door “sterk aan te bevelen” dat inzenders van artikelen toestemming vragen. Hoewel de redactie van TWC uit fans bestaat, zijn zij die een bijdrage leveren dat niet noodzakelijkerwijs – of hun fangedrag kan er heel anders uitkomen. Daarom suggereren we dat wetenschappers contact opnemen met de fan om te checken of het werk gebruikt kan worden. Wij denken ook dat we fans beschermen door auteurs te ontmoedigen om directe hotlinks naar sites zoals Dreamwidth (DW) en LiveJournal (LJ) te publiceren, en ze in plaats daarvan een beetje te maskeren zodat het werk niet in één klik beschikbaar is voor de lezer. In de academische wereld is het om voor de hand liggende redenen niet verplicht om toestemming te krijgen van de auteurs van openbare teksten. Het idee dat iemand de fan zou moeten vragen of het goed is om te linken naar een verhaal zou nooit opkomen bij de gemiddelde wetenschapper, fan of niet – dat is de reden waarom wij hen erop wijzen. Wij proberen de fans te beschermen door het doen van deze suggestie. Dit komt voort uit een fannish zorg, in plaats van een academisch mandaat. Als we ons alleen aan de academische verplichting zouden houden, dan hielden we ons niet bezig met het verkrijgen van toestemming van fans voor het bespreken van openbaar gemaakt werk.

Maar als TWC toch al strengere regels heeft, waarom dan niet verlangen dat iedereen om toestemming vraagt zodat het opt-in is? Daar zijn drie redenen voor.

Ten eerste, specialismes en fandoms verschillen. Wat volstrekt normaal is in één hoek van fandom en een wetenschappelijke specialisme, kan volkomen bizar zijn in een ander. Wetenschappers kunnen verplicht zijn andere disciplinaire, institutionele en fannish richtlijnen te volgen dan de literaire geleerde die fanfic op LJ analyseert. Een socioloog heeft andere regels dan een musicoloog, en we kennen niet al hun hun regels. Wij verwachten dus dat de wetenschappers verantwoord handelen binnen hun eigen disciplines, iets dat wordt doorgelicht wanneer de bijdrage de collegiale toetsing ondergaat. Collegiale toetsing is bedoeld om methodologische problemen te ondervangen.

Ten tweede is er de praktische kant. Zo zijn er wetenschappers die willen schrijven over zines gepubliceerd in 1972; het lijkt onwaarschijnlijk dat we in staat zullen zijn de uitgever en auteur te vinden, hoewel we dit natuurlijk wel proberen. Maar wetenschap rondom zo’n onderwerp is van vitaal belang voor de academische fangemeenschap. Fans verdwijnen, mensen sterven, de tijd gaat door. Als een fan ervoor kiest fandom achter zich te laten, gaan we er in de online wereld vanuit dat deze het werk zou verwijderen als de fan openbaar gemaakt materiaal niet langer openbaar beschikbaar wil laten zijn. In onze ervaring is het zo dat een maker die problemen heeft met het linken naar zijn of haar werk, of met de manier waarop, of met de naam die wordt gebruikt, zal reageren. Het zijn de fans die vinden dat er geen reden is om toestemming te vragen, of die het wel best vinden, die niet antwoorden, waardoor het moeilijk wordt voor de wetenschapper om opt-in aan te bieden. Dus de maker krijgt de informatie aangeboden en kan er voor kiezen dat de verhalen niet worden besproken. Wij denken dat dit een aanvaardbaar compromis is. De wetenschapper wordt geacht contact op te nemen met de fan, of in elk geval hier een poging toe te doen.

Het laatste probleem is het linken naar/citeren van verhalen en het mogelijk bekend maken van de wettelijke naam van de fan. Dat is zeker een zorg. In feite, veel acafans publiceren wetenschappelijke artikelen onder namen die niet de namen zijn die je bij onze fic en vids en meta vindt. Acafans en fans hebben exact dezelfde zorgen en mensen in het onderwijs zijn zich bijzonder bewust van het gevaar dat de echte naam van een fan bekend wordt. Alle fangemaakte werken worden aangehaald onder de naam waaronder ze zijn gepubliceerd, een naam die doorgaans niet de wettelijke naam van de schrijfster is, en de wetenschapper zal nooit deze twee namen met elkaar in verband brengen.

Dat gezegd hebbende, het is aan de fans om hun eigen identiteit te beschermen. De verantwoordelijkheid voor wat we openbaar maken ligt bij onszelf. Als wij niet publiekelijk onze fannaam en wettelijke naam met elkaar in verband brengen, zullen lezers dat verband ook niet leggen – en dat brengt ons bij de extra publiciteit die voor je verhaal of blogpost of LJ wordt gegenereerd. Afgaande op de cijfers kunnen we je verzekeren dat Delicious meer verkeer naar je blog stuurt dan een TWC-essay ooit kan hopen te doen. En Delicious is met Google te doorzoeken (iets dat wij als fans problematisch vinden, omdat daardoor plotseling je naam in Google kan verschijnen, zelfs als je je LiveJournal voor Google hebt uitgezet). Dit is de reden waarom AO3 een beveiligingsinstelling kent – zodat je zelf bepaalt of je verhalen geïndexeerd worden of niet. (Dit geldt ook voor AO3’s bladwijzers!)

Conclusie

Uiteindelijk komt het hierop neer: fans werkten in het openbaar, maar niemand besteedde er veel aandacht omdat het niemand kon schelen. Zo kregen we allemaal een vals gevoel dat we geen onderdeel waren van een grotere online samenleving. Maar dat we zijn wel, en eerlijk gezegd, dat waren we altijd; het voelde alleen niet zo, omdat we een gesloten gemeenschap gebouwd hebben. Deze reactie is een soort van nostalgie naar een eenvoudigere tijd, de Gouden Eeuw van Fandom, toen het leek alsof niemand op ons lette. Maar natuurlijk keken mensen wel en schreven ze, en werden fans gekwetst. Als je bedenkt dat Google berichten uit oude nieuwsgroepen, en de enorme collectie van oudere webpagina’s in de Wayback Machine archiveert, kan online-materiaal van een decennium geleden wel eens permanent vastgelegd zijn op een manier waarop een niet-geïndexeerde LJ post dat niet is. Als onze richtlijnen in TWC ergens op gericht zijn, is het om daarop te anticiperen en dit te voorkomen.

Wij zijn een academische publicatie die haar materiaal uit een groot aantal verschillende specialismes en fandoms verkrijgt. Wij hebben een ethische richtlijn die wetenschappers dwingt serieus de potentiële prijs van citeren, aanhalen en linken te beschouwen, zelfs van publiekelijk geplaatst materiaal. We doen ons best om academische en fannish eisen samen te brengen.

– Karen Hellekson en Kristina Busse
Redacteuren, Transformative Works and Cultures