Amicus Curiae briefs in zaken met betrekking tot V.S. recht op publiciteit wetten

FX Networks, LLC AND Pacific 2.1 Entertainment Group, Inc. v. Olivia De Havilland, DBE

OTW Juridisch vervoegde bondgenoten van de Electronic Frontier Foundation en Wikimedia Foundation om te beargumenteren dat het Eerste Amendement van de Verenigde Staten het recht beschermt om expressieve werken te maken over echte mensen, en dat het recht op het controleren van iemands publieke persoon niet gebruikt zou mogen worden om mensen te verbieden docudramas en andere fictieve historische en biografische werken te maken.

Facebook, Inc., and Does One through Fifth, inclusive, v. Jason Cross aka Mikel Knight; 1203 Entertainment, LLC, and MDRST Marketing/Promotions, LLC

In januari 2017 heeft de OTW verschillende bondgenoten verenigd in een amicus brief in de zaak van Cross v. Facebook. De brief legt twee argumenten voor tegen de te ver reikende recht-op-publiciteit wetten. Het eerste argument is dat mensen de recht-op-publiciteit wetten niet zouden mogen gebruiken om non-commerciële sociale media communicatie over hen te voorkomen. Het tweede argument is dat Sectie 230 van de U.S. Communications Decency Act, die een “safe harbor” (veilige haven) voorziet voor sites die gebruikersinformatie bewaren (zoals fansites en sociale media sites), zulke sites vrijwaart van aansprakelijkheid voor gebruikersinformatie die de rechten van publiciteit schendt.

Davis v. Electronic Arts

  • Amicus Brief, Davis v. Electronic Arts (PDF); betekend op 5 januari 2015
  • OTW Juridisch heeft, samen met de Electronic Frontier Foundation (EFF) en het Comic Book Legal Defense Fund het U.S. Supreme Court verzocht om een onenigheid te beslechten tussen verschillende V.S. rechtbanken over wanneer het Eerste Amendement op het recht op vrijheid van meningsuiting van toepassing is op het gebruik van iemands naam, gelijkenis of identiteit, zonder daarbij diens publiciteitsrechten te schenden? Dit is onderdeel van de voortdurende inzet van de OTW om er zeker van te zijn dat de bescherming van vrije meningsuiting door het Eerste Amendement zich uitstrekt tot uitspraken over beroemde mensen.

>

  • Amicus Brief, Davis v. Electronic Arts (PDF); betekend op January 30, 2015
  • OTW Juridisch heeft, samen met de Electronic Frontier Foundation (EFF), een amicus brief ingediend, met het verzoek tot een herbehandeling van de zaak Davis v. Electronic Arts. Deze zaak betreft de relatie tussen het Eerste Amendement van de Amerikaanse Grondwet, die het recht op vrijheid van meningsuiting garandeert, en de rechten op privacy en publiciteit van de staten, die limiteren hoe de namen, gelijkenissen en personages kunnen worden gebruikt. De brief beargumenteerde dat het U.S. Ninth Circuit de zaak zou moeten herbehandelen omdat de uitspraak in de zaak een verkeerde balans tot gevolg had, in het nadeel van artiesten die expressieve werken willen maken met echte personen als onderwerp. Onder de bestaande uitspraak, stelde de brief, “een artiest die een werk maakt met een bestaand persoon als onderwerp heeft geen goed beeld hoe een rechtbank eventuele aansprakelijkheid kan vaststellen voor het gebruik van de gelijkenis van de persoon, zeker als de artiest er niet zeker van kan zijn welke regels van welke jurisdictie de analyse beïnvloeden.” De brief verzocht de rechtbank om de zaak opnieuw te behandelen, om artiesten te beschermen die een realistische portrettering willen maken van bestaande personen, en om creatieve uitingen te beschermen tegen overschrijdende publiciteitsrechten.

Ryan Hart vs. Electronic Arts, Inc.

  • Amicus Brief, Ryan Hart vs. Electronic Arts, Inc.; betekend op 23 mei 2012.
  • De OTW heeft een amicus brief ingediend, samen met het Digital Media Law Project en de International Documentary Association en tien juridische professoren, stellende dat EA’s gebruik van de data/omschrijvingen van college football spelers in een computerspel afgedekt wordt door het Eerste Amendement. EA en het publiek hebben een sterke betrokkenheid bij het Eerste Amendement om de mogelijkheid te hebben om feitelijke informatie te gebruiken – zoals de hoogte, het gewicht, het rugnummer, en team van een speler – in creatieve werken.